maandag 3 augustus 2026

Bruggen bouwen

Het lijkt nu alsof ik zelf zo even bij de Kathedraal van Larantuka op de deur klop en meteen met open armen wordt ontvangen. Maar dat is maar voor een heel klein deel mijn verdienste. 

Sinds ik meer dan twee jaar uit de running ben geweest door ziekte, leef ik meer in het nu. En ik ben me er beter van bewust dat ik niet mijn hele leven lang achterop een brommertje door Indonesië kan blijven crossen. Dat houdt een keer op, en ik ben al boven de 50. Dus ik heb wat spaargeld naar het IRGSC gesluisd. Ik kan nu nog wat met dat spaargeld doen. Over 10 jaar misschien niet meer. Dan kan ik er alleen maar op zitten. En dat is saai.

Voor die transactie heb ik nu van Elcid een heel team van het IRGSC meegekregen om me te assisteren bij het restitutieproces op Flores, jonge enthousiaste mensen, afgestudeerde twintigers, misschien net dertig. Dida, een architect die onderzoek heeft gedaan in Flores, regelt alle contacten. Inri, die gezondheidsprogramma's opzet, regelt de financiën, en nog veel meer. Goran filmt alles zodat de restitutie goed gedocumenteerd is. 

Ik had daar aanvankelijk wat weerstand tegen. Het is een potentieel koloniale werkwijze zoals o.a. Kunst die ontwikkeld heeft en die door generaties westerse antropologen en etnomusicologen is herhaald, vaak met een heel uitbuitend karakter, grof gezegd: de lokale assistenten doen het werk, de westerse wetenschapper publiceert het en krijgt de credits. 

En er zit ook een persoonlijk dimensie aan: ik ben gewend alles, maar dan ook alles, alleen te beslissen, te regelen en uit te voeren. Dat laatste is niet helemaal waar, trouwens. In Zuid-Afrika werkte ik ook met lokale mensen zonder wier hulp ik nooit had kunnen doen wat ik heb gedaan: de juiste mensen vinden, tolken, de informatie verwerken en interpreteren. Maar ik huurde hun diensten alleen in als ik dat zelf nodig vond, betaalde ervoor en vermeldde hun werk in mijn publicaties.

En dan komen we meteen bij de crux. Zonder lokale mensen is het soort onderzoek dat ik doe helemaal niet te doen. Mensen praten niet tegen een witte die zomaar even binnen komt lopen. Wat ik te horen kreeg in Zuid-Afrika begreep ik soms pas jaaaaren later na ongelooflijk veel uitleg van vrienden en collega's van daar.

Dus nu ben ik op stap met Dida en Inri, en Goran arriveert hopelijk straks, als de vulkaan en de wind het toelaten. Ik moet er aan wennen, want ik moet van hun te horen krijgen wanneer de volgende afspraak met leden van welke gemeenschap gepland is. Ik heb niet altijd alle namen van mogelijke contactpersonen op een rijtje, want zij onderhouden de contacten. Ze informeren me uitstekend, maar het internaliseren van de informatie werkt anders in mijn brein omdat ik niet zelf alle stapjes doorloop.

Het is een goede oefening in loslaten want wat zij doen kan ik helemaal niet zo goed als zij het doen: de juiste mensen vinden, de toffe logeeradressen vinden, een goeie chauffeur vinden, vertrouwen winnen, op het juiste moment met de juiste woorden doorvragen. Ik had die confrères van de kerk nooit in mijn eentje durven en kunnen benaderen; met ons drieën waren we zo binnen. Teamwork.  

En in heb ongelooflijk veel plezier met ze. Het is leuk om met ons drieën en straks met ons vieren op stap te zijn. Zojuist vertelde ik Inri over dit blogje (ze lezen sowieso mee, want dat kan tegenwoordig met één druk op de knop van google translate) en ze zei: het maakt me eigenlijk niet uit, ik vind het gewoon heel erg leuk om op reis te zijn, net als jij. 

Desalniettemin hadden ze wel oren naar de mogelijkheid om de resultaten samen te publiceren. Wat ik voor ogen heb - en ik weet niet of het lukt - is dat we alle vier bruggen en bruggenbouwers kunnen zijn tussen het geluids-, film- en fotomateriaal uit de koloniale tijd dat in Amsterdam ligt en de mogelijkheden van gemeenschappen hier om daar wat mee te doen als ze dat willen, wat of wie die gemeenschappen dan nu ook mogen zijn. Dat vergt in eerste instanties het opbouwen en onderhouden van relaties, en dat kun je het beste samen doen. Dat heb ik de afgelopen dagen geleerd. 

Inri, Dida & Barbara vertrekken vanuit Kupang


Voor de Kathedrale Kerk van de Heilige Rozenkrans in Larantuka


Barbara, Dida & Inri


Lopend met Dida op weg naar de ochtendmis in de Kathedraal


zondag 2 augustus 2026

Offos

Larantuka is een klein katholiek stadje in Oost Flores op een landstrook tussen de (slapende) vulkaan Ile Mandiri en de zee. Aan de overkant van de zee ligt het eiland Adonara, met al even sprookjesachtige bossen op de heuvels als op Flores. 


Op de strook tussen vulkaan en zee loopt één provinciale weg met vrolijk heen en weer hobbelende bemo's/minibusjes die mensen oppikken en afzetten langs dat kilometerslange lintstadje. Dat zijn echt rijdende superdisco's met gigantische geluidsinstallaties erin gemonteerd. Soms gaan de chauffeurs zodanig op in de reggae dat ze op het reggaeritme remmen en weer optrekken. Ze laten het busje dansen op de weg. Sowieso kom je er altijd wagenziek weer uit, maar je wordt er ook heel blij van. 

Die ene weg splitst zich bij genoeg ruimte tussen zee en berg soms in tweeën, en op één punt zelfs in drieën. Daar staat de Kathedrale Kerk van de Heilige Rozenkrans (zelfde naam als op Curaçao, vertelt AI mij, al komt de naam hier van de Portugezen: Reinha Rosari). 



Vanochtend zijn we naar de vroege ochtendmis geweest, om 6 uur. Ik ga nu weer bijkans elke week ter kerke. Er zaten 300 mensen in de kerk in een stad van 40.000 inwoners. Ik heb ze geteld tijdens de preek. En dat was alleen de vroege dienst. Om 08.00 uur in de ochtend is er nog één, en om 17.00 uur nóg één. Kom daar in Europa eens om.  

De Portugese invloeden zijn hier heel oud, uit de zestiende eeuw, de tijd van Tomas Luis de Vittoria en Carlo Gesualdo (Portugese componisten van die tijd weet ik even niet). Lang voor de Belanda's hier hun grote hoofd om de hoek kwamen steken in elk geval.

Ik ben hier op doorreis naar Tanjungbunga en Lewoloba waar Jaap Kunst lokale muziek heeft opgenomen. En bij toeval blijkt er in de stad Larantuka (dat immers stedelijk gebied is, dus Kunst had daar geen enkele interesse in - steden waren naar zijn idee sowieso niet "authentiek") iets heel bijzonders te zijn.

Kunst heeft op het hele eiland Flores verschillende uitvoeringen van het responsorium O Vos Omnes opgenomen. In Sikka, Lewoloba en klaarblijkelijk ook in Larantuka. Daar ben ik pas sinds een paar dagen achter, want de opname is niet als zodanig gelabeld in de collectie (de annotaties stikken van de fouten, zo merk ik elke dag in overleg met mensen die de muziek wel begrijpen).  

De speurtocht naar de herkomst van deze opname begon vorig jaar bij iemand in Kupang die me vertelde dat de aanduiding Bajawa (een ander volk op Flores) voor het opgenomen lied niet klopt en dat deze muziek hoogstwaarschijnlijk Lamaholot is, het volk dat hier in Oost Flores, op Solor en Adonara woont. Dit jaar werd dat bevestigd door twee leden van deze gemeenschap en zij zongen meteen allebei mee. Dit is het O Vos Omnes (dat hier uitgesproken wordt als Offos - daar moest ik even aan wennen) en deze versie komt waarschijnlijk uit Larantuka, het centrum van Portugees katholicisme.

Het is een Portugese melodie, op Latijnse tekst. "Portugees relict" schrijft Kunst zuinigjes bij de opnamen van het responsorium die hij in andere delen van Flores maakte. Hij vond het niet interessant want het was niet "puur" van hier, volgens hem, in volstrekte ontkenning van de geleefde culturele realiteit van die tijd. Maar hij heeft de melodie kennelijk wel opgenomen, tot drie keer toe. Het trok toch zijn aandacht. De opname van het O Vos uit Lewoloba is verloren gegaan, die uit Sikka is exact dezelfde melodie als deze uit Larantuka, maar met een andere zangtechniek.

De melodie lijkt in niets op het Gregoriaanse gezang met dezelfde tekst, dezelfde lamenterende functie in de Goede Week voor Pasen. De Gregoriaanse versie is als bron gebruikt door Vittoria en Gesualdo voor hun magistrale zettingen van O Vos Omnes. Dus deze "Portugese melodie" is waarschijnlijk in Portugal, onderweg naar hier en hier gevormd, al 5 eeuwen geleden. Hartstikke inheems dus, zelfs in de puristische opvatting van Kunst. De versie die nu gezongen wordt, is enorm stabiel, vertelt iedereen me. De opname uit 1930 van Kunst is precies zoals de melodie nu nog in de Goede Week wordt gezongen, in de processie op Goede Vrijdag (Jumat Agung). En hij is ook precies dezelfde als die Kunst in Sikka opnam, zo'n 100 km verderop.  

Tot op de dag van vandaag is er jaarlijks een strenge selectieprocedure in een auditie die openstaat voor iedereen: om solo het O Vos Omnes in de processie van Goede Vrijdag te zingen. Er wordt een enorm belang aan gehecht, niet alleen binnen de kerkgemeenschap die bestaat uit een Confreria die de vijf Kapela's in de omgeving van de kathedraal verenigen, maar voor iedereen, want iedereen mag zich opgeven. En als iemand verkozen wordt om te zingen is dat een enorme eer. Mensen hebben het er generaties laten nog over: mijn moeder, mijn oma is een keer verkozen om te zingen. "Ze heeft Offos gedaan." Nu zijn het uitsluitend vrouwen die het mogen doen. Maar vroeger waren het ook mannen. Ik denk dat de zanger op Kunsts opname een man is.

De confrères van de kerk zijn ontzettend blij dat ik de opname kom laten horen. En weer voel ik dat er iets gebeurt als deze oude krakerige opnames worden afgespeeld voor mensen die zich verbonden voelen met de klanken en ze kunnen duiden. Deze traditie hoeft niet gereactiveerd te worden; ze is springlevend, maar de hervonden verbondenheid met het verleden is voor iedereen ontroerend. Zelfs met vertegenwoordigers van die wereldwijde criminele organisatie voel ik hoe relaties zich door die klinkende objecten heen opnieuw vormen.

Komende dinsdag ga ik er samen met de confrères rustig naar luisteren, en wellicht hebben ze nog ergens een lijst liggen met een naam wie het Offos in 1930 mocht zingen... Blijven speuren. 





Bruggen bouwen

Het lijkt nu alsof ik zelf zo even bij de Kathedraal van Larantuka op de deur klop en meteen met open armen wordt ontvangen. Maar dat is ma...