En toen... na uren stapvoets over half geasfalteerde weggetjes en steile hellingen omhoog met spectaculaire uitzichten...
... zit ik nu in het trappistenklooster Lamanabi, met Cisterziënzer monniken van de strikte observantie, in echte pijen en soms een kap over hun hoofd. Niet een handvol oude mannetjes die wachten op hun laatste uur, maar een levendige gemeenschap met een twintigtal jongelingen, die ik mag aanspreken met Bapak Pater of Frater. Ze zijn opgeleid in Rome.
Er is een strak brevier in het klooster met Metten, Lauden, Terts, Sext, None, Vespers en Completen op vaste momenten in de dag. Gasten worden uitgenodigd om mee te bidden. Ik wil wel, maar ik durf niet zo goed. Van ver hoor ik de monniken uit de kerk Gregoriaans zingen.
Het is een onwerkelijke rust die past bij deze orde die contemplatie en handenarbeid voorop heeft staan. Achter het klooster is een moestuin. Gasten houden zelf hun kamer schoon en wassen hun eigen bordjes af. De maaltijden worden gezamenlijk genoten op voorgeschreven tijden. Het eten is heel eenvoudig: rijst, groente en een beetje vis of kip, maar erg, erg lekker en vers. Bovenop de heuvel horen we alleen de krekels, de roep van de tokeh, af en toe een haan, en die prachtige flarden Gregoriaans.
Ik vind het hier heerlijk.
Ik heb in Larantuka een griepje/verkoudheid opgelopen. Ik voelde me 's ochtends nog kiplekker, maar Indonesisch spreken ging moeilijk. Niet genoeg brainpower om op een normaal tempo mijn gedachten in die taal om te zetten. En 's middags sloeg het toe, in een bijeenkomst met dorpsoudsten in Lewoloba, die ook nog aan één stuk door zaten te roken. Mijn slijmvliezen kwamen in opstand. Ik voelde de verhoging, zelfs in de tropische lucht.
Ik heb mezelf door de dag heen getrokken, en ik ben dolblij met het team. Ze hebben me nu zo vaak mijn verhaal horen afdraaien dat ze het zelf kunnen en natuurlijk met eloquenter taalgebruik dan ik. Dus ze hielpen me, deden het woord, vroegen door, namen alles op op film zodat we het later terug kunnen kijken.
Het is vervelend om ziek te zijn, maar ik kan me er ook aan overgeven. Het is opvallend dat ik geen enkel long-covidverschijnsel heb. Meestal laaien tinnitus en tremoren in dit soort omstandigheden op, maar nu niet.
Vanochtend gaan we nog even naar Riangkroko waar Kunst opnamen maakte. Daarna hebben we anderhalve dag rust in het klooster ingepland zodat ik kan herstellen en we de verzamelde gegevens op systematische wijze kunnen verwerken. Over dat onderzoek, dat dankzij mijn team dus nauwelijks hinder ondervindt van mijn verkoudheid, kan ik wel tien blogs schrijven. Dat ga ik de komende dagen ook doen.
Ik ben vooral zo blij met de stilte: geen disco, geen karaoke, geen buur die om half twee 's nachts besluit de geluidsinstallatie even op volle sterkte uit te testen, geen honderdduizend brommertjes die zich door één smalle weg heen persen, geen "hello mister!!"s en kinderen die aan je armen trekken en met je op de foto willen. Ik geloof dat mijn brein en mijn wezen zo werkt: focus, contemplatie, niet teveel prikkels tegelijk, daar gedij ik het beste bij. Perfecte omstandigheden voor herstel.






