Ik ben op vele continenten ter kerke gegaan. Dat begon in Engeland met de wekelijkse anglicaanse evensong in Lincoln College, Oxford. En in de kerk zingen betekent in zekere zin ook voorgaan in de dienst, wat een beetje eigenaardig was voor iemand die totaal en principieel atheïstisch is opgevoed.
Ik werd van atheïst dan ook al snel een agnost, en dat ben ik nog steeds, "geloof" ik, al weet ik het ook niet precies. Het Onze Vader ken ik nog steeds uit mijn hoofd in het Engels, niet in het Nederlands.
Terug in Nederland zong ik af en toe mee met de Domcantorij in de Utrechtse Dom van de PKN, waar de koorleden tijdens de preek De Groene Amsterdammer zitten te lezen in hun koormap. Voelde ik me ook erg thuis.
Toen ik een relatie had met Mageshen in Zuid-Afrika ging ik elke week mee naar de evangelical church in Durban. Het was vooral heel gezellig, met veel jonge mensen van allerlei culturele achtergronden, eindelijk samen in één ruimte na eeuwen kolonialisme en decennia apartheid. En toffe swingende muziek.
En een absoluut hoogtepunt in mijn kerkgaande bestaan was de waanzinnige paasdienst in een Afro-Amerikaanse kerk in een grote loods in Los Angeles, ook samen met Mageshen, die daar zijn doctoraat in Music afrondde. Het dak vloog eraf, allemaal van de vreugde in da Lorrrrdd. Die zang, die overgave, die kracht van de gospel die door onze belichaamde muzikale gezamenlijkheid vorm kreeg. Ik word er nog blij van als ik er aan denk.
En dan was ik vorig jaar in dat onooglijke kamertje als kerk in Jakarta waar ik de lutherse Niassers volgde in hun aanroeping van de Heer. Overal voel ik het spanningsveld: ik vind het fijn in de kerk (waarschijnlijk omdat ik altijd alleen maar ben gegaan als ik er zin in had), maar ik voel ook steeds dat ik er niet bij hoor, en dat wil ik ook niet. Ter kerke gaan leidt bij mij altijd tot vervreemding, vooral omdat juist mijn medekerkgangers buiten Europa (Afrika, Azië, Afro-Amerika) er voetstoots van uitgaan dat ik wel deel van deze van oorsprong Europese kerkgemeenschappen ben. En dan heb ik iets uit te leggen...
Dus toen Elcid zondag vroeg of ik meewilde naar de vesperdienst aarzelde ik geen moment. Elcid is een uitgesproken marxist en eigenlijk ook een anarchist, zegt hij zelf. Hij is de belichaming van het feit dat de aanname van mijn ouders dat gelovige mensen niet kritisch kunnen denken niet klopt. Hij is devoot katholiek en een ongelooflijk kritische activist. Die activistische katholieken zijn er in Nederland overigens ook, al weet ik niet hoeveel er daar nog van over zijn. Hier is het katholicisme alive and kicking.
Maar de vervreemding blijft voor mij: hoe kun je zo vol overgave deel zijn van een instituut dat zich - net als de VOC, maar die bestaat niet meer - toch min of meer als een wereldwijde criminele organisatie heeft opgesteld (sorry, katholieken!), zeker als je daar de historische misdaden tegen de menselijkheid bij optelt die niet alleen uit naam, maar met actieve inzet van dit instituut zijn begaan, eeuwen en eeuwen lang, overal ter wereld. Het geloven en de overgave zijn niet het probleem voor mij (er schijnt empirisch wetenschappelijk onderzoek te zijn dat gelovige mensen die hun lot in iets kunnen leggen dat groter is dan zijzelf, langer en gezonder leven, en ik kan me daar iets bij voorstellen), maar wel de associatie met de organisatie.
Maar het was fijn in de kerk. Een eenvoudig stenen gebouw met een golfplaten dak erop en heiligenbeeldjes aan de muur. Een volle kerk ook, met veel jonge mensen. Ik samen met Elcid en zijn dochtertje, allemaal op ons zondags gekleed. Elcid had dat kledingvoorschrift nog even benadrukt toen hij me uitnodigde. Het samen bidden, respect betuigen, ook naar elkaar. De heiligheid van het moment waarop het brood tot het lichaam van Christus wordt verklaard en de wijn tot zijn bloed. Het koor dat echt goed zong (goed geprojecteerd en zuiver) met een uitstekende vrouwelijke dirigent ervoor. De preek vol grapjes waar iedereen om moest lachen en die ik niet begreep, maar dat gaf niet.
Ik werd ook onmiddellijk en ontroerend teruggebracht naar mijn vorige katholieke kerkdienst, nog maar kort geleden in het klooster van Steinfeld in de Duitse Eifel. Daar hebben we in juni als vrienden en familie van Koert zijn as uitgestrooid, met veel liefde en veel tranen, waarna Bregje en ik de vesperdienst op zaterdagavond in het klooster bijwoonden. Ook een behoorlijk volle kerk trouwens.
Alle misdaden tegen de menselijkheid ten spijt, de katholieke rituelen oefenen zoveel aantrekkingskracht uit, ook op mij. Dezelfde orde van dienst (met psalmen en het Magnificat) beleefde ik nauwelijks meer dan een maand geleden in het Duits in Duitsland en nu in dezelfde formules, met dezelfde gewaden en kruisbeelden aan de andere kant van de wereld in het Indonesisch op Timor. En de muziek: meestal duidelijk van hier met dansstructuren die niet uit Europa komen, maar vaak genoeg ook Gregoriaans en zeker twee gezangen die ik ooit zelf gezongen heb.
Het is een vorm van verbinding, die hier (en ook elders) met geweld is opgelegd, maar het is verbinding. Het katholieke geloof wordt in Timor, en nog meer in Flores, nu diep beleefd als iets eigens waarin je ook als kritische activist zingeving, rust en troost kan vinden. En als agnost een onmiddellijke verbinding met de rest van de wereld. Dat is een ongelooflijk fenomeen.
En door de opengewerkte muren hoorden we de azan binnenwaaien, de oproep tot gebed van de moskee, in overmatige secunden vriendelijk meanderend op de verkoelende wind.
















