Posts

Lichaamstaal

Afbeelding
Nu ik meegelopen heb met de carnavalsoptocht herkent iedereen me in de kampung en stopt om een praatje te maken, want iedereen weet nu ook dat ik Indonesisch spreek. De oude moeder van de buurvrouw die me uitnodigde, zwaait elke ochtend uitbundig naar me vanaf haar platje voor het huis. Ze is heel oud en heel breekbaar. Als je tegen haar aanblaast kan ze al omvallen. Maar ze zit veilig in haar stoel, en zwaait en zwaait en zwaait maar. Een oudere meneer op een brommer stopte vanmorgen ook even om me aan te spreken. Hij had een klein jongetje achterop. Mijn kleinkind, zei hij trots. Nummer 17. Oh, wat veel kleinkinderen hebt u, zei ik. Hoe heet hij? Daar moest hij even heel diep over nadenken, noemde na veel aarzelen een naam (die ik weer vergeten ben) en reed toen maar snel weer door. Ik wil niet naar huis maar vanavond vertrek ik. En ik post het blog als ik al weer thuis ben om te kunnen schrijven over de fysieke impact van de verplaatsing van het ene land naar het andere. Het

Bevrijdingsdag

Afbeelding
Op 17 augustus 1945 werd de Republik Indonesia uitgeroepen, na eeuwen koloniale overheersing, en het zou nog eens meer dan 4 jaar, 300.000 Indonesische en 6.000 Nederlandse levens kosten voordat die Republiek door Nederland erkend werd. Tot op de dag van vandaag weigert de Nederlandse regering halsstarrig de oprichtingsdatum in 1945 te erkennen. Reden te meer dus om de 74ste verjaardag uitbundig te vieren.  Elk jaar op of rond 17 augustus verbaas ik me weer over de afwezigheid van wrok tegenover de Nederlanders. Ik heb vele Duitse vrienden, dierbare Duitse collega's en niet te vergeten een Duitse grootmoeder, maar ik heb altijd volop meegedaan aan de hartelijke en minder hartelijke grappen over de Duitse bezetter. De Duitse bezetting duurde 5 jaar; de Nederlandse uitbuiting van Indonesië honderden jaren. Maar als ik daar over begin, dan wordt het vrijwel altijd weggewuifd: zo lang geleden. Niet zo moeilijk doen. Kom nou maar gewoon meefeesten. Dus dat doe ik dan maar. Dat is

Zintuigen

Afbeelding
Eén van de zaken die ik als kind zo miste in Nederland en zo fijn vond in Indonesië was de manier waarop je zintuigen worden aangesproken. Dat is niet alleen een fysieke ervaring waarvan je lijf een boost krijgt, maar het maakte me ook als heel jong kind al bewust van het feit dat zintuiglijke ervaringen ergens voor dienen: rottende vis in de tropenzon, of de dikke plas bloed van een net geslacht dier - daar moet je een beetje bij uit de buurt blijven, anders ga je vanzelf over je nek. Het licht en de zon ook - zo midden op de dag. Bloemen, thee, koffie, frisse berglucht, een langzaam stovende bumbu en vers gebakken kroepoek - daar probeer je bij te komen. Met alle lijf en leden. Ondanks het feit dat zintuiglijke ervaringen lang niet altijd prettig zijn, en vooral voor een kind soms  zelfs bedreigend (enorme bijen, knijpende mieren, debiliterende hitte, afval op straat, pijnlijk scherp eten), was Nederland voor mij een grauwe grijze brij waar nooit maar enig zintuig behoorlijk werd a

Klederdracht

Afbeelding
De afgelopen dagen waren Jochem, Stéphanie, Madelief en Stéphanies zus Charlotte in Yogya. Wat leuk was dat - om ze de bijzondere plekken uit mijn Yogyase leven te kunnen laten zien. En behalve leuk was het ook handig dat Stéphanie en Charlotte er waren want zij zijn de achterkleindochters van een van de oprichters van het Museum Sonobudoyo . Nu heb ik zaken te doen met dat museum, want verschillende mensen vertellen mij dat daar materiaal van Jaap Kunst zou liggen. Dus ik heb een heel Indonesisch trucje uitgehaald. Ik heb een email naar het museum gestuurd met de mededeling dat de achterkleindochters van meneer Sitsen op bezoek zijn en of we een rondleiding zouden kunnen krijgen. Toen we ons vrijdag meldden bij de ingang, werd meteen de directeur gebeld en we konden rechtstreeks door naar zijn kantoor, waar ik behalve het oprichtersverhaal mijn eigen agenda onder zijn aandacht kon brengen. Het was hetzelfde kantoortje als waar we zes jaar geleden het zilveren doosje van mijn opa

Dromen

Afbeelding
Waar en wat ik ook droom, ik weet meestal niet meer waar mijn dromen over zijn gegaan, maar ik herinner me altijd het gevoel, de atmosfeer en de ruimte van een droom als ik wakker word. Als ik naar een nieuwe plek reis, worden die aspecten van de droom even ongekend als de nieuwe plek zelf. En ze blijven bij de plek, ook als deze bekender voor me wordt: een specifieke lichtval, stemming, actiebereidheid, geluidenpalet. Nu is Yogya zowel een hele oude plek, nog van voor mijn vroegste herinneringen (ik was nauwelijks 30 maanden oud toen ik hier voor het eerst was) als een tamelijk recente plek (sinds een jaar of 5 kom ik hier weer regelmatig), met mijn riante hemelbed in een elegante pendopo als geheel nieuwe plek. Een geheel nieuwe dromenatmosfeer dus, met nieuwe lichtval en nieuwe geluiden en toch ook veel bekends in de dingen die ik in de droom moet en wil en kan - of niet. Het maakt me reflectief over het leven dat ik hier had en heb en hoe dat verbonden is met het leven van mijn

Moddervet

Aan de huiseigenaren moest ik dan even wennen, maar met Ibu Siti had ik onmiddellijk contact. Ze runt de huishouding hier en wordt daarin bijgestaan door Mbak Nanak. Ze praat heel veel - en ik ben zo vrij te denken dat dat komt omdat ze meer in haar mars heeft dan het huishouden, en ik praat terug, dus dat gaat goed. Ze oefent basale dingen met me in het Javaans: Maternuwun (dankuwel), Sukeng enjin (Goedemorgen) - lijkt in niets op Indonesisch. Zonder dat ik daar een woord over zei, had Ibu Siti binnen een halve dag door hoezeer ik van eten houd: de lagen honing die ik 's ochtends op mijn pannenkoek smeer ("Jij houdt van honing hè?"), de extra sambal bij mijn nasi goreng die schoon opgaat. Dus als ik twee pannenkoeken voor ontbijt bestel dan bakt ze er vier voor me, en als ik dan zeg "Ibu, wat doet u nou, straks ben ik moddervet," dan schatert ze het uit en beschouwt dat als een aanmoediging - niet geheel onterecht... Nu blijf ik hier drie weken (waarvan er

Taal

Afbeelding
Ik ben dan wel in een stad die ik bijna als thuis ervaar, maar deze homestay is nieuw. Dat is wel weer opnieuw settelen, met nieuwe ruimtes en nieuwe huisgenoten. Het is hier heerlijk, midden in de kampong: hele mooie Javaanse pendopo's, nieuw gebouwd, traditioneel ontworpen met grote tropisch-hardhouten pilaren die het dak stutten, zodat je maar één of helemaal geen muren nodig hebt en de wind voor verkoeling kan zorgen. Met de staf kon ik meteen aan het babbelen slaan, maar de eigenaar en zijn vrouw vond ik moeilijk te benaderen. En misschien komt dat omdat ík soms moeilijk te benaderen ben. Ik blijf koppig Indonesisch spreken, ook als de (Indonesische) gastvrouw erg goed Engels kan. Ik zit veel op mezelf achter de laptop te werken of te bloggen. Ik weet de weg hier, dus heb weinig te vragen. En ik geloof het zelf nooit, maar dan schijn ik intimiderend over te komen. En haar echtgenoot is Frans. Hij is een judoleraar, spreekt nauwelijks Engels en nauw