Tretes (spreek uit: Trètès) heeft altijd een bijzondere, bijna magische klank gehad bij ons thuis. Mijn vader sprak er altijd over met warmte, tegen ons, maar ook als hij herinneringen ophaalde met zijn zussen. "Zo was het in Tretes...". Ik denk dat dat mogelijk was omdat hij het Tretes van na zijn jeugd rigoureus had buitengesloten. Pure nostalgie.
Een deel van de magie van Tretes zat in de mystiek van de bergen en het bos. Van de rust in contrast met de ruige, bloedhete havenstad Surabaya. Zoals ik die ook in het klooster bovenop de berg in Flores voelde. En een deel van de affectie waarmee mijn vader sprak lag bij de vrienden die mijn grootouders in Tretes hadden, en de vriendjes en vriendinnetjes met wie mijn vader en zijn zussen konden spelen: in het bos, in het zwembad, bij de waterval, op het erf, bij de stallen. Allen Europees natuurlijk.
Door de week woonde mijn familie in Surabaya, waar ook het melkveebedrijf gevestigd was in Tembok Doekoeh. Maar bijna elk weekend gingen ze "de bergen in" waar ook een dependance van het bedrijf was om het Friese stamboekvee, dat mijn grootvader uit Nederland liet overkomen, te laten acclimatiseren. Mijn grootmoeder, ook in mijn eigen herinnering een fervent tuinierster, had de tuin om hun buitenverblijf, bijgenaamd 'Mickey Mouse', prachtig ontworpen met uitbundige dahlia's en petunia's.
Op de uitvaart van mijn vader vertelde mijn tante het verhaal van Lali Djiwo. Vanuit hun buitenverblijf liep een pad steil omhoog de hellingen van de magistrale Gunung Arjuno op, het bos in. Het was een betoverde plek. Niet iedereen mocht er komen. Soms verdwenen er mensen in het bos. Lali is Javaans voor verliezen. Djiwo betekent ziel: in dat bos kun je jezelf verliezen. Het is er magisch en ook gevaarlijk. Het pad was een passage naar een andere wereld.
Fast forward naar 2026. Mas Ali had een hotel geregeld, op de hellingen van de Arjuno. Sjiek, modern, met een balkon dat uitkijkt op de Gungung Penanggunan (zoals ook het buitenverblijf van mijn grootouders uitkeek op die berg), en met - jawel - een helikopterplatform.
Meteen achter het hotel ging een pad naar boven, naar Lali Djiwo. Om 06.00 uur 's ochtends, voor het ontbijt, zijn we naar een waterval gelopen die verdacht veel lijkt op die in ons familiealbum.
Wat oppervlakkig onderzoek op het internet onthult al gauw dat Lali Djiwo een koloniaal verzinsel is, bedacht door een ambtenaar van de koloniale overheid. In zijn vrije tijd was hij een fervent vogelaar en dé manier om geen last te hebben van andere mensen (lees: lokale mensen) die de vogels zouden afschrikken, is om er een spookverhaal bij te verzinnen en in te spelen op plaatselijk (bij)geloof.
"Daar zijn ontzettend veel voorbeelden van", vertelde Mas Ali me. "Kanjeng Ratu Kidul, de koningin van de Indische Oceaan aan de zuidkust bij Yogya, die mannen in groene badkleding de zee in lokt en laat verdrinken is er ook zo eentje. Is niks Javaans aan. Een koloniaal verzinsel om "inlanders" op een afstand te houden door ze bang te maken". Weg magie. Het is maar goed dat mijn tante het nooit geweten heeft.
De wandeling in het bos van Lali Djiwo was desalniettemin prachtig en we zijn met ziel en al weer naar de bewoonde wereld teruggekeerd. 's Middags zijn we door het dorpje gaan wandelen op zoek naar Mickey Mouse. Ik wist dat Mickey Mouse niet meer bestaat, maar er zijn wel -tig andere vakantiehuisjes die er erg op lijken.
De atmosfeer was vreemd. Het is hoogseizoen, musim bule, het jaargetijde waarin alle Europeanen naar Indonesië komen omdat het vakantie is in Europa. Ik had me al ingesteld op een leger aan Nederlandse nostalgiezoekers in dat koloniale bergdorpje. Maar ik heb er geen witte gezien. Ook de Indonesische toeristen, die Yogya in deze tijd van het jaar uit heel Indonesië overspoelen om oud erfgoed te bekijken, schitterden in afwezigheid.
De huisjes zijn veelal in goede staat, het dorp is niet verlaten, er is een moskee en een pasar, maar geen school en geen overheidsgebouwen. Het is nog steeds een resort. Het voelde heel anders dan die magische plek die mijn vader altijd had beschreven, niet omdat het zo anders of veranderd was dan hij had beschreven, maar omdat het een belichaming was van wat hij beschreef: een enclave, zoals je die ook in Zuid-Afrika nog steeds hebt, al zijn ze hier niet ommuurd met prikkeldraad.
Dat maakte mijn bezoek aan Tretes een vreemde ervaring. We reden naar een dorpje verderop op de hellingen van de Arjuno. Daar was het wel normaal, een gewoon Indonesisch dorp, met scholen en een supermarkt. In het hier-en-nu, herkenbaar voor mij als Indonesië. Tretes is niet Indonesië. Het is iets anders, iets waar ik geen woorden voor heb. Alsof er geen ziel is... En vraag is: is die er ooit wel geweest dan?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten