zondag 9 augustus 2026

Woensdag - Riangkroko

Een groot deel van de weg naar Riangkroko is ongeasfalteerd. Dat betekent dat je er in de regentijd (van november tot april) helemaal niet kunt komen met een auto zonder vierwielaandrijving - je komt in een mum van tijd met rondspinnende wielen vast te zitten in de modder. Nu, in de droge tijd, kan het wel, maar alleen minder dan stapvoets om een auto met vijf Indonesiërs en één zware Belanda niet te beschadigen op de hobbels, kuilen en stenen. Na zonsondergang is deze weg (zonder verlichting) sowieso niet begaanbaar. 

Ik was de dag koortsig begonnen, en die wordt doorgaans hoger naarmate de dag vordert, maar zodra we in de auto zaten, op weg naar avontuur knapte ik al weer op. De koorts zakte, de watten in mijn kop verdwenen. Ik kon weer een beetje in het Indonesisch uit mijn woorden komen. En het was weer dolgezellig in de auto met dansende Florinese popmuziek waarbij iedereen luidkeels meezong. Raampjes open, zwaaiende mensen buiten. "Ik voel me de Koningin" probeerde ik. "De Nederlandse Koningin!" gierde iedereen, en daar hebben we de hele rit plezier van gehad. 

Kunst heeft volgens zijn eigen administratie drie liederen opgenomen in Riangkroko, op één wasrol. En ik ben het met Kunst en mijn Franse collega eens: vanuit Europees perspectief is dit waanzinnig unieke muziek. Twee zangers zingen in parallelle secunden, op een ritme dat deels gepuncteerd is en deels ook interlocking (de zangers vullen elkaar aan in het opzetten van het ritme). Het is een tandak-gezang (en ik snap nu wat mijn vader bedoelde als hij mijn adhd-broertje weer eens tot rust maande: "Jongen, houd eens op met tandakken!". De tandak wordt volgens velen die ik hier spreek in heel Tanjungbunga gepraktiseerd, nog steeds, en heeft een hypnotiserende werking van continue beweging. 

Toen we na veel gehobbel aankwamen in Riangkroko was er eerst een probleem op te lossen. Men had ons gistermiddag verwacht, maar toen waren we druk met Pak Sogan in Waibao en Om Willem had niet laten weten dat we Riangkroko niet meer zouden kunnen halen voor het donker. Ze hadden voor niets zitten wachten en waren daar zichtbaar ontstemd over. 

Om Dus gleed het strak. Hij erkende ruiterlijk dat dit onze fout was en begon toen op fluistertoon een gesprek met de burgemeester. Ik vond eerst nog dat ik het moest volgen om verantwoordelijkheid te nemen voor de gang van zaken, maar het was spoedig duidelijk dat de fluistertoon tot doel had dat de conversatie alleen Om Dus en de burgemeester betrof. Ik weet dus niet wat er besproken is, maar na afloop zei Om Dus dat hij ze doodleuk een ultimatum had gesteld (terwijl wij fout zaten - ik had dat nooit gedurfd): deze mevrouw is helemaal uit Nederland gekomen om iets te delen met jullie. We kunnen dat nu doen, of niet. Dan gaan we nu weer. Kies maar. 

Vanaf toen was alles in orde. Ik werd met alle egards behandeld, er werd een projector voor de powerpointpresentatie opgetrommeld. Iemand ging op een brommertje koffie en vers gemaakte snacks halen en er ontspon zich een levendige discussie over de opgenomen muziek. Heel anders dan in Waibao verklaarde men hier (en ik kan het niet toetsen, het kan grootspraak zijn) dat de gezangen nog steeds zo worden gezongen: voor het oogstseizoen, voor het inzegenen van een huis, voor huwelijken en uitvaarten. Tandak is een levendige praktijk, dat hoor ik ook van andere bronnen. 

Ook hier bleek weer dat de annotaties van het verzamelde materiaal niet kloppen. Kunst noemt titels  van drie liederen op deze wasrol. Alle toehoorders waren duidelijk over het feit dat alleen de eerste te horen is op de opname. Waar de andere twee zijn is onduidelijk. Ik heb er weer een speurtocht bij.  

Toen betrad een kwieke zestiger het gemeentehuis. Hij had een telefoontje gehad van één van de aanwezigen die de naam van de zangers op mijn powerpointpresentatie had gezien: Merien en Golo. De afstammelingen van Golo zijn allemaal gestorven, wist iedereen, maar Merien heeft een kleinzoon die ook Merien heet. Die kwam nu binnen. We beluisterden de opname opnieuw. 

Dida vroeg aan iedereen, en aan Merien in het bijzonder, wat ze voelden toen ze de opnamen hoorden. "Merinding", zeiden ze allemaal: ik krijg er kippenvel van. Het is alsof er een enorme energie van de opgenomen klanken uitgaat, zeiden ze, die enerzijds hypnotiserend is, maar die ons ook bijna laat huilen (hampir sampai nangis). Ook spraken ze over een enorme trots die ze voelden. 

Het voelt als een enorme bevestiging van hun eigen cultuur dat iemand uit Nederland de moeite neemt voor dit ene lied naar Riangkroko af te reizen. Nederland kennen ze allemaal. Bijna iedereen heeft er wel een paar (verre) familieleden wonen. Dat is het geval in de hele provincie Nusa Tenggara Timur, waar mensen, net als in de Molukken, tijdens de dekolonisatieoorlog net zo vaak aan Nederlandse kant vochten als aan Republikeins-Indonesische. Maar met die ene hobbelige weg is het al een enorme onderneming om vanuit Riangkroko het volgende dorp te bereiken, laat staan de regionale hoofdstad Larantuka of provinciehoofdstad Kupang. Die steden zijn ont-zet-tend ver weg van hier. De meeste mensen uit Riangkroko zijn er nog nooit geweest en zullen er nooit komen. Nederland is dan bijna niet voor te stellen, behalve dan via die familieleden en dat gezamenlijke verleden. Zo was mijn bezoek op zoveel fronten betekenisvol.  



Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Naar de grond van de voorouders

Ik ga weer een lange blog schrijven in een aantal afleveringen. We hebben zoveel gedaan in de afgelopen week. Het doel van deze reis naar Oo...