Op vrijdag werd de dag geopend door Bapak Hilmar Farid, een historicus, activist tijdens de Orde Baru, en ten tijde van het presidentschap van Jokowi de Directeur-Generaal, de hoogste ambtenaar van het Ministerie van Cultuur. Ik ben in 2018 door hem genood om over de Jaap Kunst Collectie te komen vertellen op het Ministerie in Jakarta. Daar is verder nooit echt iets uit gekomen. Maar daar ben ik eigenlijk wel blij om. Ik geef de opgenomen stemmen liever terug aan lokale gemeenschappen dan aan de nationale overheid.
| Das war einmal: 2018 |
Nu het presidentschap in Indonesië is overgenomen door de voormalige schoonzoon van de vroegere dictator Suharto en Pak Hilmar weer gewoon lesgeeft aan de universiteit zal hij dat waarschijnlijk met me eens zijn, al zal hij dat nooit hardop zeggen. Het was een hartelijk weerzien.
Hij gaf een geweldige lezing over de 500 interviews die zijn team tussen 2001 en 2003 afnam met overlevenden van de massaslachting van 1965. Het is nog steeds een blinde vlek in de geschiedenis van Indonesië. Zoals wij in Nederland op school en elders maar mondjesmaat iets horen over onze rol in de dekolonisatieoorlog van 1945-1949, zo horen Indonesische kinderen maar weinig feitelijkheden over de gebeurtenissen van 1965, het jaar waarin een ware heksenjacht op communisten werd geopend die honderdduizenden mensen het leven kostte.
Eerst waren we met die interviews op zoek naar de feiten, zei Pak Hilmar: wie deed wat wanneer en hoe? Verzamelen van bewijslast voor het aantonen van mensenrechtenschendingen. Maar allengs begrepen we dat de klinkende aspecten van die interviews net zo belangrijk zijn om de gebeurtenissen te begrijpen: aarzelingen, stiltes, ongemakkelijke lachjes, doorklinkende emotie of de hoorbare onderdrukking daarvan. Dat krijg je nooit in een tekstuele transcriptie. Klank draagt kennis over die andere media niet kunnen overdragen.
Zijn conclusie was een opmaat voor een monstersessie van 2 x 2 uur lesgeven. Ik had aangeboden een workshop te geven over de Jaap Kunst Collectie aan de studenten. Ik had ze een aantal wetenschappelijke teksten te lezen gegeven en ze gevraagd een opname uit de Collectie te kiezen (bij voorkeur één waar ze zelf affiniteit mee hadden) en daar informatie bij te zoeken. Hoe vullen klinkende, beeldende en tekstuele bronnen elkaar aan? Welke vormen van overdracht kunnen we onderscheiden (in de verzamelde muziek en in de structuur van de collectie)? En hoe verhouden we ons tot de gekozen opname als we daar samen naar gaan luisteren?
Sommige studenten waren tegen mijn instructie ingegaan en hadden bewust voor een andere praktijk gekozen dan waar ze zelf bekend mee waren ("anders wordt het zo Javacentrisch" - chapeau!), met muziek uit Nias, Flores, Noord-Sumatra en Sulawesi. Anderen (vooral van de Hogeschool voor de Kunsten) waren zelf muzikant en konden de vele onjuistheden in Kunsts annotaties en categoriseringen van de door hun gekende praktijk benoemen. Ze hadden zich (naast de hele organisatie van de logistiek van de summer school) ongelooflijk goed voorbereid met powerpoints en aantekeningen. We waren allemaal diep onder de indruk.
En toen was het afgelopen. De summer school was voorbij. Het was volbracht. De studenten waren uitgelaten. Ze gilden en ze schreeuwden en hadden de slappe lach. Er werden foto's gemaakt en nog meer foto's. De zoveelste doos met snacks werd binnengebracht. We waren allemaal dolblij met het resultaat.
Een gezonde omgeving is een lawaaiige omgeving, zegt meLê altijd, waarin iedereen zich mag laten horen, ook al is dat niet altijd makkelijk. In mijn long-coviddagen was horen en zien me vergaan. Maar nu vond ik het super.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten