In Kaliurang kwam ik vroeger als kind ook vaak. Eerst moesten we wandelen, dat vond ik vervelend, maar gelukkig mochten we daarna zwemmen in het zwembad. Ook Kaliurang heeft een beladen koloniale geschiedenis. Het ligt op de helling van de vulkaan Merapi, het is er fris en vruchtbaar.
De Nederlanders die in Yogya woonden en werkten hadden in Kaliurang hun buitenhuizen om in de weekenden te vluchten voor de hitte. Mijn grootouders hadden zo'n huis in Tretes, ook hoog en fris om te ontsnappen aan de hitte van Surabaya. Elk weekend gingen ze er heen. Geen wonder dus dat mijn vader enorm graag in Kaliurang kwam. Het staat nog vol met koloniale villa's.
Er is ook verschrikkelijk gevochten tijdens de dekolonisatieoorlog, de Nederlanders hebben er gruwelijk huisgehouden tijdens de Operatie Kraai in 1948, misschien juist omdat ze Kaliurang bij uitstek als een plek voor en van hen beschouwden.
Maar nu is alles pais en vree in Kaliurang, ook bij het Museum Ullen Sentalu, prachtig verscholen in de bossen. De museumdirecteur wil er graag een Jaap Kunst Hoek inrichten, naar voorbeeld van de provinciale bibliotheek in Kupang waar bezoekers naar de opnamen kunnen luisteren.
We brachten er een hele dag door, met lezingen en uitvoeringen in de open lucht. Opnieuw wilden we met de uitvoeringen laten zien dat ook zij vormen van overdracht zijn die in samenwerking en samenspraak met herkomstgemeenschappen tot stand kunnen komen. Opnieuw wilden we laten zien dat zulke overdracht (van traditie, cultuur, identiteit, maar ook als teruggave van naar Nederland gebrachte objecten) ligt in het aangaan van lange-termijnrelaties, niet in het eenvoudigweg overhandigen van een ding. Muziek is daar bij uitstek geschikt voor.
Juan Arminandi, van de Dayakgemeenschap uit Kalimantan, speelt eigen werk op zijn zelfgemaakte muziekinstrument dat is gebaseerd op traditionele Dayak-instrumenten. Hij leert de organologie en speelwijzen van die instrumenten van ouderen in de gemeenschap en geeft er zijn eigen draai aan. Hij geeft opvoeringen over de gehele wereld (in 2023 en 2024 stond ie op het Holland Festival) en draagt op deze manier Dayak muzikaal erfgoed over, niet door het tot een object te maken en op te slaan, maar door het te laten leven, te laten klinken en te laten veranderen: https://photos.app.goo.gl/fKf7rGcWoAcHM6Vw7
Rani Jambak, van de Minangkabaugemeenschap uit Sumatra, speelt eigen werk via haar zelfgemaakte klankinstallatie waarin het borduren van textiel vormend is voor de klanken die ze produceert. Met het borduren viert ze de matrilineaire tradities van Minang en de zeggenschap van vrouwen die door koloniale Europese man-vrouwbeelden toenemend in het gedrang gekomen zijn. Binnen het Re:Soundproject gaat ze hierop promoveren met een Joint Doctorate in the Arts aan UGM en de UvA: https://photos.app.goo.gl/KdrP278GVv1xNc8w7
Dus, zo konden we ons afvragen, kunnen de uitvoerende kunsten (muziek, theater, dans) fungeren als levend archief dat democratischer fungeert dan die stille, donkere opslagplaats van dingen die ooit dynamische uitingen waren, gezongen klanken, levendige rommelige steden, wederzijdse vormen van begrip in het gebruik van bepaalde gebaren? Dat gaan we in de komende jaren verder uitproberen met elkaar. Empirisch onderzoek.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten