zaterdag 25 juli 2026

Kenapa?

Gisteravond ben ik aangekomen in Kupang op het eiland Timor. En ik moet me weer aanpassen, aan ander weer (droog, Australisch - we zitten hier vlakbij Australië), de zeden (katholiek) met een uitbundigheid die je in het beheerste Vorstenlanden van Java niet snel tegenkomt, en de taal. 

Ik ben hier om samen met mijn collega's en vrienden van de NGO IRGSC in Kupang waarover ik al vaker geblogd heb, te kijken of we de meer dan 100 opnamen die Jaap Kunst in juli en augustus 1930 in Flores maakte terug te brengen naar de dorpen waar ze opgenomen zijn, net zoals Doni en ik dat vorig jaar in Nias hebben gedaan

Iedereen uit Flores die we hier in Kupang spreken (en dat zijn best veel mensen, want velen werken of studeren hier in de provinciehoofdstad van Oost Nusa Tenggara) zeggen dat zonder twijfel iedereen geïnteresseerd is en dat ze ons gaan helpen. Maar hoe, en wat, dat weten we nog niet zo goed. Dus dat gaan we de komende dagen uitvinden. 

De afgelopen dagen in Yogya waren ook weer druk, met een keynote lecture aan de Yogyase Hogeschool voor de Kunsten (ISI) waar Citra haar scepter zwaait, heel veel organisatorische beslommeringen voor de verblijven in Nederland van de promovendus in ons project Re:Sound (zij blijft een jaar in Nederland) en onze Visiting Fellow (hij blijft drie maanden). Het maakt me bewust van hoe moeilijk toegankelijk Nederland is voor mensen buiten de EU: de prijs van een vlucht en een visum, het zoeken van woonruimte in Amsterdam e.o., de borg die betaald moet worden (wie doet dat als NWO en universiteiten alleen maar kosten achteraf laten declareren?) Het is een enorme logistiek.

Dus nu zit ik op het terras van het hotel te chillen. Elcid begrijpt dat gelukkig. Even niet socialiseren, even geen verhaal voorbereiden in het Indonesisch (al moet dat morgen wel, want maandag staan er al weer een workshop en een talkshow in Kupang op het programma). En ik luister. Naar de golven van de zee, het gekwetter van de vogeltjes die op de ontbijtresten afkomen, de radio met Indonesische kweelmuziek uit de keuken, de spelende kindertjes in het zwembad. 

En naar de taal. Indonesisch is de eenheidstaal van de archipel. Elk kind krijgt onderwijs in het Indonesisch vanaf de basisschool, al is het voor niemand de eerste taal. Ieders eerste taal is de lokale taal: het Javaans (met lage, midden en hoge varianten afhankelijk van wie je aanspreekt), het Balinees, het Li Niha Raya in Zuid Nias dat weer anders is dan in Noord Nias, de talen van de verschillende bevolkingsgroepen op Flores (Lamaholot, Ngade, Naga, Manggarai, Sikka - allemaal anders) en het Kupangs (met nog meer Nederlandse woorden dan het Indonesisch). Er zijn meer dan 700 lokale talen in Indonesië.

Dus je begrijpt dat Indonesische woorden op Java anders worden uitgesproken dan dezelfde woorden in Kupang, want de lokale taal heeft zijn impact, niet alleen in woordenschat (ik merk in Kupang dat ik af en toe Javaanse woorden gebruik waarvan ik dacht dat ze Indonesisch waren, al spreek ik verder geen woord Javaans), maar ook in uitspraak. Dat leidt tot veel letterlijke spraakverwarring tussen mij en mijn gesprekspartners hier.

Een leuk voorbeeld is het woord "Kenapa?" Dat gebruik je heel erg vaak voor van alles: "Wat bedoel je?", "Wat is er aan de hand?", "Hoe gaat het met je?", "Wat zeg je?", "Hoe dan?". Het is net zoiets als het Nederlandse woord "Wat(te)?"

In het Javaans worden alle klinkers kort en gedekt gehouden. De e wordt soms zelfs helemaal ingeslikt: je schrijft hem wel maar in spraak blijft er alleen een glottisslag over. Het geschreven woord empat (vier) spreek je uit als mpat met een glottisslag ervoor. De a's in het Javaans worden vaak afgedekt tot ô's, maar niet altijd. 

Het Indonesische woord "kenapa" wordt op Java dan ook vaak uitgesproken als "knappa?"of soms zelfs "knôppô?"). Hoewel knôppô er als geschreven woord heel anders uitziet dan het geschreven kenapa is dat mijn standaardinstelling in het horen van de Indonesische taal. Als ik knappa or knôppô hoor dan weet mijn lichaam meteen dat er kenapa staat. Het zit in mijn lichaamsgeheugen omdat ik het als kind altijd zo gehoord heb.

Maar in Kupang zijn alle klinkers lang en open. "Knôppô?" wordt dan "Keenaaaaaaapaa?", een volstrekt andere klank; hetzelfde woord. Met een woord als kenapa, dat we allemaal zo vaak gebruiken kan ik die aanpassing goed maken, maar met Indonesische woorden die minder actief in mijn werkgeheugen staan, heb ik een extra vertaalslag nodig en extra tijd, en mijn gesprekspartners net zo goed als ze mij "knappa" horen zeggen. Ook weer een enorme logistiek. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

In de verte

Terwijl ik dit blog aan het schrijven ben, op een terras met een lime squash aan het paradijselijke strand van de Baai van Kupang, blijf ik ...