maandag 17 augustus 2026

Gehecht en onthecht

Zoals ik al zei was ik ontzettend blij dat ik al dit voorouderlijke spoorzoeken niet alleen hoefde te doen. Het maakte veel meer emoties in me los dan ik van tevoren had gedacht en ik vind het ook veel moeilijker om erover te bloggen dan over die Jaap-Kunst-toestand, wat toch ook al een behoorlijk persoonlijk verhaal is. 

Mijn goede vriend Mas Ali ken ik al sinds 2018, toen ik mijn boek over maskanda bij hem thuis - via AirBnB - kon voltooien. Hij is zo'n belangrijke brugfiguur. We spreken Indonesisch met elkaar, en gebruiken Indonesische aanspreekvormen naar elkaar als Angus, zijn Australische vriend, er niet bij is. We eten met onze handen. In de namiddag, na ons bad, zijn we in sarong.

Maar Mas Ali kan ook ontzettend lekkere boeuf bourguignon klaarmaken. Hij draait vaak klassieke Europese muziek: Beethoven, Schubert, Bach. Hij is een milieu- en dierenactivist. Ik classificeer die belevingswerelden als respectievelijk Indonesisch en Europees. Voor hem gaan ze als vanzelfsprekend samen. En daarin vinden we elkaar ook, want we houden allebei van met onze handen heel scherp Indonesisch eten en Bach luisteren. 

Mas Ali heeft jarenlang bij internationale bedrijven en bij de Wereldbank gewerkt aan het soort ontwikkelingsprojecten dat mijn vader wetenschappelijk bestudeerde. Ik kan Indonesisch met hem spreken, maar net zo makkelijk Engels, wat voor mij oneindig veel makkelijker is.

Na drie weken rondtrekken in Oost Indonesië is dat ontzettend comfortabel, en weer heb ik als eigentijdse koloniaal het beste van beide werelden: het avontuur, het exotisme, maar uiteindelijk ook altijd weer de luxe van Mas Ali's BMW met airconditioning en Bachs Wohltemperierte Klavier, en een viersterrenhotel met helikopterplatform in Tretes. 

Dat comfort gaf me de afgelopen dagen emotionele ruimte. Het was Mas Ali's idee om dit te doen, niet het mijne. Het is een cadeautje van hem aan mij. Een ontzettend groot cadeau, kun je wel zeggen. Het zoeken naar de sporen van mijn grootouders' boerderijen in Tretes en Surabaya deed veel meer met me dan ik had verwacht. Ik zeg heel stoer dat het niet uitmaakt waar de boerderijen precies stonden, maar dat is alleen soms waar. Op andere momenten ben ik er eindeloos over aan het doordenken.

Er was iemand in Tretes die aangaf dat er op de plek van het sjieke Surya-hotel waar we in verbleven vroeger een militair terrein van de Nederlanders was. Een dag later had mijn broer via de verklaringen van mijn vader vlak voor hij stierf opgeduikeld dat er een Marine Etablissement net boven het buitenverblijf van mijn grootouders gelegen was. Dat was bedoeld voor Nederlandse militairen om op verhaal te komen tijdens de gruwelijke dekolonisatieoorlog van 1945-1949. Misschien lag die boerderij van mijn grootouders dan wel onder dat helikopterplatform, denk ik dan. En die gedachte laat me moeilijk los.  

Intussen zie ik - al luisterend naar de Bachs derde orkestsuite in D, BWV 1068 - de Indonesische dorpen van nu langstrekken. Het zorgt voor dissonantie in mijn hoofd en mijn wezen, maar het is ook prettig. Onthecht. Dat is fijn als een verleden zo dichtbij komt. 

Op andere momenten word ik in die comfortabele BMW met klassieke muziek overweldigd door verdrietigheid, op volkomen onverwachte momenten, zonder dat ik weet waarom. Er is voor mij niet echt iets om verdrietig over te zijn, maar ik het neemt me helemaal over. Dat rare Tretes. Het verleden. Die foto's van vroeger en nu. De stafkaarten. De foute kant van de geschiedenis. Het is één grote brij, maar het hoort erbij, want het is deel van mij.

En ik kan daar met Mas Ali en Angus over praten. Hoe bijzonder is dat. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Gehecht en onthecht

Zoals ik al zei was ik ontzettend blij dat ik al dit voorouderlijke spoorzoeken niet alleen hoefde te doen. Het maakte veel meer emoties in ...