zondag 9 augustus 2026

Maandag - Lewoloba

Dus zo vertrokken we op maandagmorgen, toen Goran met zijn filmapparatuur uit Kupang was gearriveerd, met de auto van Om Dus naar Lewoloba, een half uurtje rijden van Larantuka. Dankzij de bemiddeling van Om Dus werden we ontvangen door de burgemeester van het dorp in een heel klein kantoortje op het gemeentehuis. Ik vertelde wederom wat ik kwam doen, en de burgemeester liet weten dat hij erg opgelucht was dat ik Indonesisch sprak, want hij had gevreesd dat hij zich in het Engels had moeten uitdrukken. 

Mijn bezoek was voorbereid want een oudere meneer die veel van de oude gebruiken weet was ook aanwezig. Deze 75 jaar oude meneer Stefanus nam het woord, en begon een college over de geschiedenis van het dorp. Vroeger lag het dorp hoger op de berg, maar na een aardverschuiving (longsor) in 1979 is het dorp in 1981 in zijn geheel naar hier verkast. Het oude dorp is nu verlaten, overgroeid, er zijn geen huizen en mensen meer. 

Het gezelschap van burgemeester, ambtenaren en ons hele team verplaatste zich naar een ruimte met een groot TV-scherm waar ik mijn powerpointpresentatie kon laten zien, met foto's, film en geluidsopnamen. Er werden snacks en drinken binnengebracht. Bapak Stefanus luisterde geconcentreerd, sprak uitgebreid over de rituele en maatschappelijke functies van gezangen (voor het inzegenen van een landje, voor het vragen van toestemming van de voorouders, voor het inaugureren van een huis). 

Terwijl hij aan het praten was, stopte hij plotseling. Hij rilde even (in het Nederlands zouden we zeggen: er liep iemand over zijn graf), en greep toen met beide handen zijn bovenarmen vast: "Waduuuh, merinding!" prevelde hij. "Ik krijg kippenvel/ik krijg het te kwaad/ik krijg de rillingen."

Die uitspraak hebben we in elk dorp dat we bezochten gehoord: merinding. De woordelijke vertaling van een fysieke reactie die overal weer anders was, maar overal heftig. De opnamen doen iets fysieks met mensen die begrijpen wat er klinkt.

De verhalen die loskomen brengen trots over, maar ook een gevoel van verlies. Pak Stefanus is nog een van de heel weinigen die de oude gezangen en dansen kent. Hij vertelt dat hij de jeugd verleidt met sterke drank en sigaretten om de oude praktijken te leren. Maar ze leren niet echt. Ze zijn niet echt geïnteresseerd. De gezangen zijn niet relevant voor hen. Ze luisteren naar hiphop en reggae en kijken TikTok-filmpjes. Die zijn wel relevant voor hen. 

We hebben de afgelopen dagen veel gepraat over die relevantie, meer dan over de precieze vorm, structuur en het karakter van de gezangen. Ze hadden een functie in een kleinschalige landbouw- en visserijgemeenschap, maar die kleinschaligheid is er niet meer. Katoen wordt nu niet meer hier verbouwd, geoogst, gesponnen en geweven met alle gezangen die daarbij horen. Er wordt een kant-en-klaar katoenen kledingstuk in de winkel gekocht. Moet je daar rouwig om zijn met een zoveel hogere levensstandaard dan een halve eeuw geleden? Ja, zeggen sommigen, want mensen ontlenen hun identiteit en eigenwaarde aan deze vormen van expressie. Dat laatste is absoluut waar; dat heb ik de afgelopen dagen gezien. Maar kun je die identiteit en eigenwaarde niet ook aan andere expressievormen ontlenen? Het antwoord op die vraag wordt voor mij steeds duidelijker. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Naar de grond van de voorouders

Ik ga weer een lange blog schrijven in een aantal afleveringen. We hebben zoveel gedaan in de afgelopen week. Het doel van deze reis naar Oo...