zondag 9 augustus 2026

Naar de grond van de voorouders

Ik ga weer een lange blog schrijven in een aantal afleveringen. We hebben zoveel gedaan in de afgelopen week. Het doel van deze reis naar Oost Flores is dat ik geluidsopnamen die Jaap Kunst in juli en augustus 1930 in Flores maakte kan delen met mensen die nu in de dorpen leven waar hij de gezangen een eeuw geleden opnam. 

Wat dat delen inhoudt, staat voor mij niet vast: het afspelen van de gedigitaliseerde wasrol, het laten zien van gedigitaliseerde foto's en zwijgende film, het uitwisselen van USB-sticks met de gedigitaliseerde bestanden van de specifieke regio, het doorgeven van het webadres van de website waar de opnamen online te vinden zijn, wellicht ooit ook het overhandigen van de wasrollen zelf aan nazaten van de zangers van toen.  

Met gedigitaliseerde bestanden gaat het niet meer zozeer om het overhandigen van een object, maar om het samen beleven van de ervaringen die dat bestand kan oproepen. Dat betekent niet dat de objecten onbelangrijk zijn. Mijn goede vriend John Njenga wees me erop dat, hoewel de wasrollen eigenlijk niet meer afgespeeld kunnen worden, ze toch waarde kunnen hebben voor brongemeenschappen omdat ze de stemmen en geluiden van een eeuw geleden hebben vastgelegd, en die stemmen nog steeds bevatten en dragen. Maar die objecten heb ik nu niet bij me. Ze liggen, weliswaar onder mijn curatie, in het Phonogramm-Archiv in Berlijn. 

We hebben ons dit jaar beperkt tot Oost Flores dat moeilijker toegankelijk is dan Midden en West Flores, en ook omdat ik er nog nooit geweest was en mijn expeditiedrang - die ik heb geërfd van mijn koloniale familie en van mijn voorganger aan de UvA Jaap Kunst - niet helemaal te onderdrukken is. Van de 182 gezangen die Kunst in Flores opnam komen er slechts 23 uit Oost Flores. Uit Larantuku (het O Vos Omnes), en de dorpen Lewoloba, Tengahdei, Lebao en Riangkroko. 


Al die dorpen heb ik in de afgelopen week bezocht met de digitale registraties van Kunsts geluids- en beeldopnamen. Elk bezoek was een betekenisvolle gebeurtenis. Ik merkte ook dat het iets verslavends heeft voor mij: de uitingen van overweldigende dankbaarheid dat ik uit Nederland ben gekomen om dit materiaal te delen, de zichtbare emotie die fysiek wordt in rillingen en soms zelfs huilen bij het horen van de opnames. In Nias gebeurde dat ook, en iets in mij wilde dat hier in Flores ook weer meemaken. Dat geeft me (met die geluidsregistraties als een soort tijdmachine in mijn hand) een vreemd soort macht die ik opzoek en ook veroordeel in mezelf. 

Er zit ook een vreemd spanningsveld in mijn handelen dat zowel een voortzetting als een uitdaging is van Jaap Kunsts handelen. Ik zie de waarde van zijn ondernemingen. Zonder zijn opnames hadden we nooit enige indruk kunnen krijgen van hoe gezangen honderd jaar geleden klonken. Dat brengen toehoorders keer op keer aan me over. Maar, om redenen die ik in eerdere blogs al noemde, ben ik ook heel kritisch op wat hij deed en hoe hij het deed, vanuit een vanzelfsprekende positie van superioriteit, iets produceren over mensen meer dan met mensen.

En al die punten van kritiek bevinden zich op een spectrum waarin ik me net zo goed beweeg. Ik treed in zijn voetsporen door bijna honderd jaar later over dezelfde soms bijna onbegaanbare weggetjes dezelfde dorpjes langs te lopen. Hij nam iets mee; ik breng het terug, maar door dat te doen krijgen de opnamen de autoriteit die Kunst ze toekende. En dat doe ik, net als Kunst, met een team van lokale mensen zonder wier hulp ik de dorpen nooit bereikt had en de communicatie met vertegenwoordigers van de gemeenschap en nazaten van de zangers nooit had kunnen beginnen. Ik reproduceer en voltooi zijn werk, een beetje tegen wil en dank.



En toch probeer ik het ook anders te doen. Kunst ging uit van het feit dat deze culturele uitingen zouden verdwijnen. Dat klopte ten dele, maar niet helemaal. Vaak genoeg geven mensen aan dat gezangen en rituelen nog gepraktiseerd worden, al is dat op een andere manier en soms in een andere context dan vroeger. Kunst zag zijn opnamen als objectieve registraties van een aan specifieke bevolkingsgroepen toebehorende cultuur die hij als onveranderlijk en puur beschouwde, als inherent en gedetermineerd. Zoals een collega van mij het formuleerde: als een edelsteen - mooi, gepolijst maar volkomen versteend.

Ik ben grootgebracht met dat idee van de edele puurheid van oosterse tradities. Het is een koloniaal idee waarin de inlander altijd intrinsiek anders moet zijn en blijven dan de Europeaan, en van de moderniteit  uitgesloten wordt. Elke keer als ik in Indonesië ben, kost het me moeite om dat diep gevoelde uitgangspunt van me af te schudden in het omarmen van een geleefde steeds veranderende culturele realiteit van nu, met reggae, karaoke, de prominentie van Instagram en TikTok waarin, zo leer ik steeds beter, ook cultuur gevormd, gedeeld en geleerd wordt, al is dat op een andere manier dan waarin ik me thuis voel. Maar wie ben ik om te bepalen wat de vormen van overdracht zouden moeten en kunnen zijn? Daarin hoop ik anders te zijn en te handelen dan Jaap Kunst.  

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Naar de grond van de voorouders

Ik ga weer een lange blog schrijven in een aantal afleveringen. We hebben zoveel gedaan in de afgelopen week. Het doel van deze reis naar Oo...