vrijdag 14 augustus 2015

Reality check



Zo heb je een dag waarop je je zit te vervelen en zo heb je een dag waarop alles tegelijk komt. Citra was gisteren te druk om met me mee te gaan naar de Kampung Gondolayu, waar (hopelijk) Supre nog woont, de vrouw die in 1976 mijn kindermeisje was en die ik op deze reis hoop te vinden. Maar de tijd begint te dringen: ik ga woensdag al weer terug naar Nederland.

Toen kregen we vanochtend om 05.00 uur bericht van Tuhan dr. Sultan: dat we om 8 uur vanochtend zouden horen hoe laat we vandaag op audiëntie mogen komen. Damn. We zouden vandaag naar een heel bijzonder festival nabij Magelang. Met pre-islamitische muziek en rituelen. Werkelijk uniek.

Maar of je nu afspreekt met een Prins van het Koninklijk Huis van de Zoeloe, zoals ik 6 jaar geleden in Zuid-Afrika deed, of met een Javaanse vorst: je moet altijd laten zien dat je klaarstaat. Wachten. 

Dus om 8 uur horen we hoe laat we naar de Sultan mogen en of we daarna nog naar Magelang kunnen. Maar 8 uur is nooit 8 uur hier. Ik ben zo gewend aan vrijheid in mijn leven en werk: dat ik helemaal zelf kan bepalen wanneer ik wat doe en hoe ik daarmee mijn tijd en energie het beste kan verdelen. Hier kan dat niet. Het hangt van anderen af. Heel goeie reality check voor me.

Intussen gaan Citra en ik Supre zoeken vanochtend.

donderdag 13 augustus 2015

Natiestaat



Al op mijn tocht naar Prambanan, twee weken geleden, werden overal in de dorpjes waar ik doorheen fietste erven opgeruimd, muurtjes geverfd, en veranda’s geschrobd.  Sinds vorige week zijn daar de kleurige vlaggen bijgekomen die elke grote en kleine straat van de stad opsieren.
Mijn straatje is er klaar voor...
De grote dag is nakende: komende maandag 17 augustus is het precies 70 jaar geleden dat de onafhankelijkheid van Indonesië werd uitgeroepen. De Nederlanders werden eruit gezet, al zou dat nog een aantal jaren en een vreselijk aantal mensenlevens kosten.

Toch zullen we (als Nederlanders) maandag eregasten zijn van de Sultan van Yogya, zo heb ik begrepen. (Je moet alleen tot op het laatste moment afwachten of zo’n “afspraak” zich ook echt manifesteert.) Dan mogen we in het gezelschap van Zijne Hoogheid de hele dag de festiviteiten aanschouwen. Ik weet niet zeker of het leuk wordt, interessant in elk geval wel. 

Die festiviteiten omvatten alles van touwtrekken en zaklopen (het lijkt wel Koninginnedag) tot gigantische parades die herinneren aan de militaire dictatuur die Indonesië van 1965 tot 1998 was. Voor die parades wordt ook heel hard geoefend. 
Gefilmd vanuit de langzame becak van vorige week. Alle scholieren moeten meedoen. En reken maar dat je wat nationalistisch elan in je donder hebt als je dit vanaf de kleuterschool tot en met je achttiende hebt moeten doen. Toen ik hier op een kleuterschooltje zat – het zal de late jaren 70 zijn geweest – moesten we ook elke week op maandagmorgen allemaal in het gelid staan, de vlag hijsen en het volkslied zingen. Citra vertelde me dat haar kinderen dat nu ook nog moeten.

Ik had dus eigenlijk verwacht dat de benadering van de natiestaat Indonesië tijdens mijn discussieseminar vanmorgen (over de idealen en problemen van etnomusicologie als discipline) niet zo kritisch zou zijn. Maar dat had ik (gelukkig) verkeerd ingeschat. Het werd een enorm levendige discussie over wat etnomusicologie doet, zou moeten doen, niet zou moeten doen, hoe het zou moeten heten, en wie daar iets over te zeggen hebben. Daarin figureerde de problematische status van Indonesië als natiestaat ook volop. 

We moesten veel problemen overwinnen. Een gigantische gehoorzaal waar ik op een podium moest klimmen is geen ideale discussieruimte. [Foto’s volgen.] En mijn Indonesisch is ongeveer net zo “goed” als het Engels van de meeste studenten. Daartussen gaapte dus ook een fikse begripskloof. Maar met krakende hersens (sjees, was is dat hard werken - je goed uitdrukken in een vreemde taal) en hulp van Henrice en Citra als tolken kwam het toch echt los. Veel standpunten, veel ideeën, veel vragen. Toch focus. En na afloop heel veel studenten die maar wat graag naar Amsterdam willen komen voor vervolgstudie. Wat heb ik toch leuk werk. 
 

maandag 10 augustus 2015

Leegte



Vandaag een dag zonder plannen: geen afspraken, geen verplichtingen, geen voorstellingen, nog genoeg tijd om mijn seminar voor donderdag voor te bereiden. Heerlijk, zul je zeggen. Maar ik vind dat altijd een beetje moeilijk. 

Een uurtje met een drankje naast het zwembad liggen is nog lekker, daarna begint het te kriebelen binnen in mij: ‘mis ik niet wat?’, ‘aan de rand van het zwembad zitten kan ik ook in Benidorm doen’, ‘waarom zit ik hier?’, ‘wat zal ik straks eens gaan doen?’ ‘hoe laat is het?’ Nog maar eens op facebook kijken of er iemand wat leuks heeft gepost…

In Nederland lukt het me nog wel me verplicht af en toe te vervelen – het schijnt erg gezond te zijn. Dan komt de berusting dat er nu even niets is na een tijdje vanzelf – overigens moet ik dan ook door nogal wat verzetfases heen, dus dat "vanzelf" is betrekkelijk – en dan vind ik lummelen heerlijk.  

Maar hier in Indonesië is het teveel gevraagd. Het enige wat hier in de buurt komt van vervelen is baantjes trekken. Dat doe ik elke dag een half uur tot een uur en het doet niet onder voor een goede meditatiesessie: een beetje uit mijn hoofd en in mijn lijf en even niet nóg meer prikkels. In Nederland heb ik gelukkig het roeien: dat doet hetzelfde.

En als ik niets te doen heb, kan ik altijd nog gaan bloggen natuurlijk, om de intrinsieke leegte van het menselijk bestaan te verdoezelen. Maarja. Waarover? Onderwerpen genoeg hoor. De naderende herdenking van de onafhankelijkheid van Nederland op 17 augustus. Indonesische eetgewoonten. Mijn ritje door het campuswijkje Bulaksumur vanochtend, waar ik vroeger gewoond heb. Het geluid van fluitende vogeltjes in de prachtige hoteltuin waarin ik elke dag zit te schrijven, dat zich vermengt met het geluid van een sapu (bezem) waarmee de tuin bladvrij wordt gemaakt en het geklets in het Javaans van het hotelpersoneel (koloniale nostalgie – foei). Hoezo leegte?!?!
En er is nog een goed antidotum tegen ervaringen van leegte: shoppen. Met een van mijn leukste jurrrrkjes als modelletje ben ik naar een batikwinkel gefietst en heb twee prachtige batikstoffen uitgezocht die volgende week als twee helemaal voor mij op maat gemaakt jurrrrkjes klaarliggen. Ik weet nu al welke van mijn vrienden ‘Oh neeeee’ roepen, en welke ‘wat leeeuuuuk’. 
B10A
Toen ben ik een rondje Bulaksumur gaan doen. Ik fietste langs het huis waar ik als klein meissie van bijna 3 rondhupte (B10A). Toen langs het wijkje (aan de andere kant van de drukke Jalan Kaliurang) waar ik de laatste keer als puber woonde (N53). 
N53
Ik nam wat foto’s van het huis. Het is bijna onherkenbaar veranderd. De struiken die dienden ter omheining zijn weggehaald, en de helft van de tuin heeft plaatsgemaakt voor een parkeerterrein.
Een vrouw zat voor de deur van de garage en ze zag me dralen. Dat vond ze begrijpelijkerwijs wat vreemd. Ik besloot over mijn verlegenheid heen te stappen en haar te vertellen waarom ik foto’s maakte van dit niet bijster fotogenieke object. 

Ze vond het ontzettend leuk om te horen – dat ik daar bijna 30 jaar geleden eventjes gewoond had. Wie werkte er toen in het huis als nachtwaker en kokkin, wilde ze weten, want dan kon ze het doorgeven aan die mensen. Maar ik wist geen namen meer...

En welke familie was het dan die daar toen woonde? Van Pak Titus, zei ik. Oohhhhhhh, Pak Titus. Natuuuuuuurlijk. Hij is al overleden, zei ik snel. Ach jeetje. Was hij ziek? Ja, erg ziek, zei ik. Heeft u Pak Titus gekend, vroeg ik. Nee, dat had ze niet, maar iedereen wist wie Pak Titus was. Zijn naam was zo vaak gevallen. Ze zou dan maar doorgeven aan de vele mensen die Pak Titus wel hadden gekend, dat hij deze wereld verruild had voor een andere. Ach jeetje, sudah meninggal…

Op zo’n moment ben ik ontzettend trots op mijn vader. En op zo’n moment mis ik hem ook enorm. Ik heb er zelf nooit zo’n oog voor gehad, maar hij was er heel goed in om met veel verschillende mensen contact te maken. Toen hij stierf in het ziekenhuis in Nieuwegein waren verpleegsters en artsen enorm op hem gesteld geraakt: hoe hij verhalen vertelde, over ons sprak, wat hij belangrijk vond in het leven, wat hij leuk vond, en niet leuk…

Ik vroeg naar de naam van de mevrouw – maar vergat die door alle emoties ook meteen weer. En ik gaf mijn naam, en vertelde dat ik de dochter van Pak Titus ben en samenwerk met mensen van het ISI. Ik moest vooral terugkomen, zei ze, en ze maakte een foto van me voor het huis N53, waar ik in 1986 een maand of twee heb gezeten en waarvan ik weinig meer terug herken. 

Misschien wel weer even genoeg ervaringen voor een dag…

zondag 9 augustus 2015

Vuurberg



Komende donderdag geef ik mijn eerste gastcollege aan het ISI (Institut Seni Indonesia), de Hogeschool voor de Kunsten waar Citra lesgeeft. Want ik ben gewoon aan het werk hier, hoor. Haha.
Ik ga er een relaxte discussiesessie van maken, maar wel aan de hand van een aantal fundamentele problemen: als we het over etnomusicologie hebben, wie zijn die ‘we’ dan die het bedrijven, over wat voor muziek gaat die wetenschap, en wat doet dat voorvoegsel ‘etno’ daar eigenlijk? 

Het zijn zaken die al lang ter discussie staan, maar gezichtspunten van Indonesiërs zijn in zulke discussies niet erg hoorbaar. Naar mijn idee herhaalt en bevestigt het discours de problemen die ze aan de kaak wil stellen. 

Zoiets dus, maar vandaag was het nog vakantie. Ik ben door Citra en haar kinderen meegenomen op een echt Indonesisch toeristenuitje: cross-country met een jeep door de lavageulen van de Gunung Merapi. 
Het was mooi en leuk, maar ook wel schokkend: de verwoesting die de stromen lava, as en hete lucht in 2010 nog hebben aangericht. Er zijn behoorlijk wat doden gevallen bij die uitbarsting. Hele dorpen zijn weggevaagd en heel Yogya was bedekt onder centimeters as. 
Ghettoblaster
Resp. computer en tv.
Gamelan
Serviesgoed dat ons erfgoed overzee representeert...
Op mijn tocht naar de Prambanantempel had ik het geluk de Merapi te kunnen zien. Vandaag hadden we pech. Hij zat helemaal in de wolken. 

Je vraagt je misschien af hoe je een berg kunt zien als je er zelf opzit, maar we zitten hier niet in de Alpen, hè? Ik herinner me nu hoe ik vroeger altijd ruzie kreeg met klasgenootjes op school in Nederland over hoe je een berg moet tekenen. 

Ik tekende bergen altijd zo: 
 
Maar zij waren net met hun ouders op winterrrrrrsporrrrt geweest en tekenden bergen zo:
Tssss. Als dat een berg moet voorstellen, dan ben ik een filmster. Gna!

Er worden allerlei spirituele en mystieke krachten toegedicht aan de berg, en ik begrijp best waarom. De berg is er altijd, met zijn (of haar?) dodelijke en levensgevende macht, maar je ziet hem zelden. Soms openbaart hij zich aan je, tussen een wolk door, of als schaduw achter een wolk – dan zie je hem alleen als je van zijn bestaan weet. Soms maak je een foto van hem, en dan is hij op de foto niet zichtbaar omdat je camera hem niet geregistreerd heeft. Zelden zie je hem helder en duidelijk. Op de achtergrond van al deze foto's moet je je hem dus even voorstellen. Hij zit daar. Levensgroot. In die wolk. En hij braakt soms ook nog wat...
 
 

Ter kerke

Ik ben op vele continenten ter kerke gegaan. Dat begon in Engeland met de wekelijkse anglicaanse evensong in Lincoln College, Oxford, nu rui...